devant – Français–Nederlands translations
🇫🇷 fr nl 🇳🇱
devant adverb
/də.vɑ̃/
|
|
|---|---|
| daarvoor, eerder, indertijd, vooraan, voorheen, vroeger | |
|
voor |
devant
/də.vɑ̃/
|
|
|---|---|
|
voor |
- mettre la charrue devant les bœufs
- het paard achter de wagen spannen
- sens devant derrière
- achterhaald
- devant notaire
- ten overstaan van de notaris
- balayer devant sa porte
- voor eigen deur vegen
- devant l’Éternel
- ten overstaan van de notaris
- par-devant notaire
- ten overstaan van de notaris
- Meix-devant-Virton
- Meix-devant-Virton
- passer devant
- langskomen
- dent de devant
- voortand
🇳🇱 nl fr 🇫🇷
Wiktionary Links
- français: devant