🇳🇱 nl fr 🇫🇷
voor preposition
/vor/
|
|
|---|---|
|
avant, devant |
|
pour |
|
devant |
voor noun
/vor/
|
|
|---|---|
|
sillon |
- voor een appel en een ei
- bouchée de pain
- houden voor
- croire
- staan voor
- représenter
- Mecklenburg-Voor-Pommeren
- Mecklembourg-Poméranie-Occidentale, Mecklembourg-Poméranie occidentale
- Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
- Organisation de coopération et de développement économiques
- Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa
- Organisation pour la sécurité et la coopération en Europe
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Cour européenne des droits de l'homme
- Europese Hof voor de Rechten van de Mens
- Cour européenne des droits de l'homme
- Internationale Bureau voor Maten en Gewichten
- Bureau International des Poids et Mesures
Wiktionary Links
- Nederlands: voor