eierschaal – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

ei noun

  /ɛɪ/ , /ɛɪ̯/ , /ɛː/
  • 1. dierlijk voedingsmiddel voor de mens in een schaal
œuf

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

er adverb

  • 3. partitief onder weglating van van
en
  • 2. als locatief deel van een voornaamwoordelijk bijwoord vervangt het een persoonlijk voornaamwoord: het, ze
y

-er

plus

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

schaal noun

  • 3. verhouding van de grootte tussen een model en een echt voorwerp
  • 4. bepaalde ijking op een grafiek, as of eenheid
échelle
  • 2. buitenkant van een ei of vrucht
coque
  • 1. voorwerp waar men iets kan inleggen
armure de plates

schaal

bol
Wiktionary Links