rendre – Français–Nederlands translations
🇫🇷 fr nl 🇳🇱
rendre verb
/ʁɑ̃dʁ/
|
|
|---|---|
|
teruggeven |
|
afleveren |
| doen, laten, braken, kotsen, laten doen, maken | |
|
renderen |
|
weergeven |
- rendre visite
- bezoeken
- se rendre compte
- bemerken, beseffen
- rendre gorge
- braken, teruggeven
- se rendre
- opkomen, gaan, zich overgeven
- rendre les armes
- de nederlaag aanvaarden, de wapens neerleggen, zich overgeven, capituleren
- rendre l’âme
- de geest geven
- rendre service
- assist
- rendre l’esprit
- de geest geven
- rendre la monnaie de sa pièce
- met gelijke munt terugbetalen
Wiktionary Links
- français: rendre