rand – Nederlands–Svenska translations

🇳🇱 nl sv 🇸🇪

rand noun

  /rɑnt/
  • 1. de bovenkant van een bak of vat
  • 3. de buitenkant van een gebied of een ding
kant
  • 2. het extern gedeelte van de stad, beschouwd als zijnde onder invloed van het centrum
utkant

rand abbreviation

  /rɑnt/
  • 1. een munteenheid in Zuid-Afrika
kant

🇸🇪 sv nl 🇳🇱

rand noun {u}

randen, ränderna
  • linje i mönster
streep
  • kant
border
  • matematik
rand

ränna verb

ränner, rände, ränt
hollen
Wiktionary Links