Nederlands Deutsch
Duits /dœʏ̯ts/, /dœːts/
  • 1. een taal die gesproken wordt in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië en België
Deutsch {n} dɔɪ̯t͡ʃ
deutsch
Duits /dœʏ̯ts/, /dœːts/
  • 1. betreffende Duitsland of het Duits
deutsch dɔɪ̯t͡ʃ
deutsche
deutschen
deutscher
deutsches
Zwitsers-Duits
  • 1. Duits zoals dat in een Zwitserland wordt gesproken
Schweizerdeutsch {n} ˈʃvaɪ̯t͡sɐˌdɔɪ̯t͡ʃ, ˈʃvaɪ̯t͡sɐˌdɔɪ̯t͡ʃə
Silezisch Duits
  • 1. West-Germaanse taal gesproken door 20 duizend mensen in Tsjechië en Polen
Niederschlesisch
Wiktionary Links