🇩🇪 de nl 🇳🇱
Feuer noun {n}
Feuer
/ˈfɔɪ̯ɐ/
|
|
|---|---|
|
vuur |
|
brand, vuur |
feuern verb
feuer/feuere/feure, feuerte, habe gefeuert
/ˈfɔɪ̯ɐn/
|
|
|---|---|
|
afgaan |
|
gooien |
|
trappen |
- gebranntes Kind scheut das Feuer
- een verbrand kind schuwt het vuur
- wo Rauch ist, ist auch Feuer
- geen rook zonder vuur, waar rook is, is vuur
- Öl ins Feuer gießen
- olie op het vuur gooien
- für jemanden die Kastanien aus dem Feuer holen
- de kastanjes voor iemand uit het vuur halen
- mit dem Feuer spielen
- met vuur spelen
- Feuer und Flamme sein
- in vuur en vlam zijn, laaiend enthousiast zijn
- mehrere Eisen im Feuer haben
- meerdere ijzers in het vuur hebben
- für etwas die Hand ins Feuer legen
- zijn hand ergens voor in het vuur steken
- für jemanden die Hand ins Feuer legen
- voor iemand de hand in het vuur steken