gooien – Deutsch–Nederlands translations
🇳🇱 nl de 🇩🇪
gooien verb
/ˈɣoːi̯ən/
,
/ˈχoːi̯ən/
|
|
|---|---|
|
werfen |
- paarlen voor de zwijnen gooien
- Perlen vor die Säue werfen
- de handdoek in de ring gooien
- das Handtuch werfen
- olie op het vuur gooien
- Öl ins Feuer gießen
- olie op de golven gooien
- Öl auf die Wogen gießen
- het geld over de balk gooien
- das Geld zum Fenster hinauswerfen
- iemand roet in het eten gooien
- jemandem die Suppe versalzen
- goed geld naar kwaad geld gooien
- gutes Geld schlechtem hinterherwerfen
- iemand in het diepe gooien
- jemanden ins kalte Wasser werfen
- de knuppel in het hoenderhok gooien
- auf die Kacke hauen
Wiktionary Links
- Nederlands: gooien