Staffel – Deutsch–Nederlands translations

🇩🇪 de nl 🇳🇱

Staffel noun {f}

Staffel, Staffeln   /ˈʃtafl̩/
  • TV: eine Anzahl von Episoden einer Serie, die zusammen herausgegeben werden
seizoen
  • Feuerwehr, Militär: eine Einheit
eenheid

🇳🇱 nl de 🇩🇪

staffel noun

  • 1. rente berekend over een bedrag op een rekening-courant over de periode tussen twee wijzigingen
Staffel
Wiktionary Links