antenne – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

antenne noun

  • 1. een vrij opgestelde elektrische geleider voor het uitzenden en/of ontvangen van elektromagnetische straling
Antenne
  • 2. een voelspriet bij dieren
Fühler

🇩🇪 de nl 🇳🇱

Antenne noun {f}

Antenne, Antennen   /anˈtɛnə/
  • Technik: Geräteteil (meist ein Stab aus leitendem Material) zum Empfangen oder Senden von elektromagnetischen Wellen
  • Zoologie: Sinnesorgan einiger Gliederfüßer zum Erfassen der Umwelt
  • übertragen: Fähigkeit, Gespür, die Umwelt zu verstehen
  • Sport: Stäbe zur Spielfeldbegrenzung links und rechts des Volleyballnetzes
antenne
Wiktionary Links