beginnen – Deutsch–Nederlands translations

🇩🇪 de nl 🇳🇱

beginnen verb

beginne, begann, habe begonnen   /bəˈɡɪnən/
  • transitiv: etwas in Gang setzen, etwas starten, etwas anfangen
beginnen, aanvangen
  • intransitiv: sich in Bewegung setzen, starten, anfangen
beginnen, ingaan, van start gaan

🇳🇱 nl de 🇩🇪

beginnen verb

  • 1. aanvangen
beginnen, anfangen
  • 2. initiëren
beginnen
Wiktionary Links