draad – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

draad noun

  /draːt/
  • 1. in elkaar gesponnen vezels
  • 2. de lijn in een verhaal
Faden
  • 3. elektrisch verbindingsmateriaal
Draht
  • 5. de schroefdraad
Gewinde
  • 4. bijnaam van de radiotelegrafist
Funker
Wiktionary Links