hagel – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

hagel noun

  /haɣəɫ/
  • 1. bolvormig ijs dat als neerslag uit de hemel valt
Hagel, Schrot
  • 2. verzameling van stukjes metaal -vaak lood- waarmee geschoten wordt in plaats van een kogel
Schrotkugel

🇩🇪 de nl 🇳🇱

Hagel noun {m}

Hagel   /ˈhaːɡl̩/
  • aus meist kleinen Eisklumpen bestehender Niederschlag
hagel
Wiktionary Links