kloppen – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

kloppen verb

  • 5. verslaan
  • 4. in toestand brengen
schlagen
  • 1. tegen iets slaan
klopfen
  • 2. hoorbaar bewegen
klopfen, schlagen
  • 3. in overeenstemming zijn
stimmen

🇩🇪 de nl 🇳🇱

kloppen verb

kloppe, kloppte, habe gekloppt   /ˈklɔpn̩/
  • norddeutsch, reflexiv: sich schlagen, sich prügeln
aanbranden
Wiktionary Links