🇳🇱 nl de 🇩🇪
liegen verb |
|
|---|---|
|
lügen |
🇩🇪 de nl 🇳🇱
liegen verb
liege, lag, bin gelegen/habe gelegen
/ˈliːɡn̩/
,
/ˈliːɡŋ̍/
|
|
|---|---|
|
liggen |
Liege noun {f}
Liege, Liegen
/ˈliːɡə/
|
|
|---|---|
|
ligstoel |
- in den letzten Zügen liegen
- op apegapen liggen
- liegen bleiben
- afvallen, blijven
- auf der faulen Haut liegen
- duimendraaien
- im Sterben liegen
- op sterven liggen, op zijn sterfbed liggen
- die Nerven liegen blank
- dat is een open zenuw
- unter dem Messer liegen
- onder het mes liggen
- unter der Erde liegen
- onder de aarde liggen, onder de groene zoden liggen
- links liegen lassen
- links laten liggen
- zugrunde liegen
- ten grondslag liggen aan