🇳🇱 nl de 🇩🇪
open adverb
/ˈoː.pə(n)/
|
|
|---|---|
|
offen, auf |
|
offen, auf, hüllenlos, unverhüllt |
- open haard
- Kamin, Herd
- open brief
- offener Brief
- open samenleving
- offene Gesellschaft
- open lucht
- Freiland
- dat is een open zenuw
- die Nerven liegen blank
- iemand met open armen ontvangen
- jemanden mit offenen Armen empfangen
- geen open kaart spelen
- mit verdeckten Karten spielen
- met open ogen zijn ongeluk tegemoet gaan
- mit offenen Augen ins Unglück rennen
- met open ogen
- sehenden Auges
🇩🇪 de nl 🇳🇱
Wiktionary Links
- Nederlands: open