recorder – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

record noun

  /rəˈkɔrt/
  • 1. beste prestatie
  • 3. bij elkaar behorende gegevens
Bestleistung

🇳🇱 nl de 🇩🇪

er adverb

  • 1. onbepaald bijwoord van plaats: ergens
da, es
  • 2. als locatief deel van een voornaamwoordelijk bijwoord vervangt het een persoonlijk voornaamwoord: het, ze
da
  • 3. partitief onder weglating van van
davon, hiervon
Wiktionary Links