spits
noun
|
- (verkeer) grote drukte in het verkeer op terugkerende tijdstippen
|
Stoßzeit,
Spitze
|
- type hond met een spitse snuit, opstaande, vrij kleine oren, een dichte, afstaande vacht, een tamelijk steile achterhand en een krullende staart
|
Spitz
|
- (sport) binnen een ploeg een aanvallende speler die een positie opzoekt waarin hij een doelpunt kan maken
|
Stürmer
|
- (bouwkunde) scherp, puntig uiteinde, hoogste punt
|
Spitze
|
- (scheepvaart) klein vrachtschip, binnenschip (ook wel gebruikt als woonboot)
|
Frachtkahn
|