spits – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

spits noun

  • 1. grote drukte in het verkeer op terugkerende tijdstippen
Stoßzeit, Spitze
  • 5. type hond met een spitse snuit
Spitz
  • 2. binnen een ploeg een aanvallende speler die een positie opzoekt waarin hij een doelpunt kan maken
Stürmer
  • 4. scherp, puntig uiteinde
Spitze
  • 3. klein vrachtschip, binnenschip (ook wel gebruikt als woonboot)
Frachtkahn

spits adjective

  • 1. in een punt uitkomend
spitz
  • 2. scherpzinnig
scharfsinnig
Wiktionary Links