🇩🇪 de nl 🇳🇱

verlieren verb

verliere, verlor, habe verloren   /fɛɐ̯ˈliːʁən/
  • etwas irgendwo hinlegen und es später nicht mehr wiederfinden
  • etwas versehentlich fallen lassen
  • einen Wetteinsatz abgeben müssen, weil man nicht gewonnen hat
verliezen

verloren

verloren

🇳🇱 nl de 🇩🇪

verloren adjective

  /vərˈloːrə(n)/
  • verdwenen
  • kwijtgeraakt
  • niet gewonnen
  • (eufemisme) gestorven
  • (figuurlijk) afgedwaald van een groep of de familie
  • volledig afgezonderd in een groep, alleen gelaten (bijv. in een bijeenkomst, feestje)
  • ▸ Waar Klaassen afgelopen zomer als een verloren zoon in de armen werd gesloten, werd Boilesen van de ene op de andere dag geen blik waardig meer gegund in Amsterdam.
verloren
  • in de ~ zoon: iemand die na een langdurige afwezigheid (noodgedwongen) weer naar het ouderlijk huis, de vroegere werkplek, e.d. terugkeert, in verwijzing naar de Gelijkenis van de Verloren Zoon in Lucas 15:11–32.
verloren, verlorener Sohn
  • (schertsend) in het ~ schaap: een verdwenen zaak of persoon, die na een lange zoektocht, weer tevoorschijn komt, in verwijzing naar de Gelijkenis van het Verloren Schaap, Gelijkenis van de Goede Herder in (o.m.) Lucas 15:3–7.
verloren, verlorenes Schaff
Wiktionary Links