voorzet – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

voor preposition

  /vor/
  • 4. eerder in tijd
vor, bevor
  • 7. ten behoeve van, ten gunste van
für
  • 1. dichterbij dan
vor

voor noun

  /vor/
  • 1. ploegsnede
Furche

🇳🇱 nl de 🇩🇪

zet noun

  /zɛt/
  • handeling gedurende een spelbeurt
Zug
  • beweging waarbij iets verplaatst wordt
Stoß
Wiktionary Links