🇳🇱 nl de 🇩🇪
worden verb
/ˈwɔrdə(n)/
,
/ˈʋɔrdə(n)/
,
/ˈβ̞ɔrdə(n)/
|
|
|---|---|
|
werden, entstehen |
|
werden |
- het haasje worden
- erwischen
- duidelijk worden
- dämmern
- iets de baas worden
- dingfest
- van kwaad tot erger worden
- vom Regen in die Traufe kommen
- van kracht worden
- in Kraft treten
- bleek worden
- blassen
- doorgegeven worden
- die Runde machen
- onaangenaam verrast worden
- sein blaues Wunder erleben
- geveild worden
- unter den Hammer kommen
🇩🇪 de nl 🇳🇱
worden |
|
|---|---|
| zijn | |