klaarleggen – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

klaar adjective

  /klaːr/
  • 1. in staat van gereedheid gebracht, gereed
ready
  • 2. helder, duidelijk
clear

🇳🇱 nl en 🇬🇧

leggen verb

  /ˈlɛɣə(n)/ , /ˈlɛχə(n)/
  • 1. doen liggen
put, place
Wiktionary Links