maat – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

maat noun

  /maːt/
  • 3. eenheid van lengte enz.
measure
  • 1. makker
buddy, mate
  • 5. grootte van kledingstuk/schoen
size
  • 6. (muziek) manier om een muziekstuk ritmisch in te delen
time, bar

maat-

tailor-made
Wiktionary Links