schrappen
verb
/'srɑpə(n)/
,
/'sxrɑpə(n)/
|
- 1. met een scherp voorwerp zoals een mes de oppervlaktelaag verwijderen
|
scrape
|
- 2. doorhalen, verwijderen van een lijst
|
remove,
strike,
drop,
scrap
|
|
|
cut,
shed
|
- 3. bezuinigen, een einde maken aan een programma of uitgavenpost
|
drop
|