val – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

val noun

  /vɑɫ/
  • 5. van zijn macht beroofd worden
downfall
  • 1. omlaag gaan
  • 2. ten gevolge van de zwaartekracht naar beneden gaan
  • 3. onvrijwillig ergens op terecht komen
fall
  • 8. beweegbare vloer van een ophaalbrug
deck, flooring
  • 6. richting van de stof, waarbij de figuren op de stof naar beneden gaan
drape, hang
  • 4. hoogte van waarvandaan iets naar beneden valt
drop
  • 7. fruit dat uit de boom gevallen is, niet geplukt is
windfall

val noun

  /vɑɫ/
  • 10. apparaat met een vallende deur of klem met als doel dieren te vangen
trap
  • 11. lijn waarmee een vlag, zeil of rondhout gehesen kan worden
halyard
Wiktionary Links