🇩🇪 de nl 🇳🇱

stoppen verb

stoppe, stoppte, habe gestoppt   /ˈʃtɔpn̩/
  • aufhören etwas zu tun oder dazu gebracht werden, mit etwas aufzuhören
stoppen
  • zum Stehen bringen oder zum Stehen gebracht werden
afbreken
  • mit einer Stoppuhr die genaue Zeit nehmen
klok

stoppen

stuiten

🇳🇱 nl de 🇩🇪

stoppen verb

  • overgankelijk vullen (van een pijp)
Entgelt
  • overgankelijk doen halthouden
  • onpersoonlijk een einde nemen, ophouden [1]
  • ergatief niet langer doorgaan, ophouden [2]
Register
Wiktionary Links