doorlopen – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

door preposition

  /ˈdoːr/ , [doːr] , [dʊːr]
  • 3. in
  • 6. als achterzetsel: doorheen
through
  • 1. bij lijdende vorm
by
  • 2. oorzaak
by, from

🇳🇱 nl en 🇬🇧

lopen verb

  • 1. stappen, gaan
walk
  • uit de hand lopen
get out of control, get out of hand
  • 2. rennen
run
Wiktionary Links